Vier jaar geleden liep het echtpaar ’s middags langs het Kerkje aan de Zee, waar Zingen in de Zomer haar dagelijkse bijeenkomst hield. Sietie Hellinga, op dat moment dorpelwachter, nodigde de twee uit naar binnen. Een kwartier lang konden ze nog genieten. Liesbeth: ,,Ik zei: ‘nu wil ik ook een heel uur meemaken’, dus de volgende dag gingen we opnieuw. Het werd 19 keer diezelfde zomer.” Vorig jaar kwamen de twee 34 van de 36 keer. Dit jaar hebben ze nog niet één keer gemist.
Als alles meezit duurt de rit naar Urk 45 minuten. Jappie: ,,Vandaag was er skûtsjesilen in Lemmer, dus duurde het iets langer. Maar dat hebben we er graag voor over.” Na al die keren heeft het paar al veel gezien van Zingen in de Zomer. Het zijn vooral de koren, de liederen en de samenzang die hen blijven trekken. ,,Op hoogtepunten zit er vijftig man bij ons in de kerk. Als je dan op een woensdagavond met 1.200 man tegelijk zingt, waar beleef je dat nog?” Langer op Urk verblijven of verhuizen zit er niet in voor de twee. ,,We hebben veel dieren en kunnen die niet te lang alleen laten en op deze manier zitten we ’s avonds weer fijn in ons eigen.”
Brede kennissenkring
In de afgelopen jaren hebben Jappie en Liesbeth een brede kennissenkring opgebouwd op de Bult. ,,Je krijgt een band met mensen. Ze melden bijvoorbeeld even aan ons als ze er de volgende dag niet zijn. En iedereen nodigt ons uit voor een kopje koffie.” De laatste weken zijn enkele Urkers op bezoek geweest in Bakhuizen. ,,Het eerste wat ze zeggen is: ‘jullie zijn gek dat jullie dit elke dag rijden’.”
Het echtpaar bezoekt ook Urkers die in het ziekenhuis in Sneek liggen. Vorig jaar gingen ze langs bij plaatsgenoot Harm de Graaf, die vrijwilliger is bij Zingen in de Zomer. Hij wist niet of hij na de ziekenhuisopname hetzelfde werk kon blijven doen. Jappie: ,,Vanaf dat moment komen wij elke dag iets eerder. We helpen wanneer er rolstoelen komen en maken het kerkje klaar. Na de dienst collecteren we bij de uitgang.”
Ook Het Urkerland wordt voor de twee uit Bakhuizen bewaard. ,,We zitten elk aan een kant van de tafel en lezen hem van A tot Z. Soms ligt er een stapel en doen we het hele weekend niets anders dan Het Urkerland lezen. We leven mee met alles wat er gebeurt, ook al kennen we de meeste mensen niet.” Het einde van Zingen in de Zomer betekent niet het einde van de bezoekjes. Liesbeth: ,,’s Winters komen we minimaal één keer in de twee weken naar Urk. Dat moet dan gewoon even, we kunnen niet langer zonder. We voelen ons Urkers en we voelen ons hier thuis. En dat allemaal dankzij mevrouw Hellinga.”